Lukas Kramer (19) is een jonge, ambiteuze journalist met passie voor radio, televisie, schrijven, nieuwe media, fotografie en grafische vormgeving. [Bio]
In Zwolle stond de intercity richting Amersfoort al klaar. Ik stapte met mijn grote weekendtas in een willekeurige deel van de trein. Geheel toevallig was het een stiltecoupé. Ik had het eerst helemaal niet door. Een hekel aan de stiltecoupé? Nee, helemaal niet. Maar de regel dat het helemaal stil moet zijn, komt de gezeligheid niet ten goede. En daar hou ik juist van. Mijn telefoon schakelde ik voor het fatsoen maar over op de trilstand.
Medereizigers stoorden zich helemaal niet aan de onduidelijke, transparante stickers op het raam. Er staat een ‘S’ op. Blijkbaar betekent dat ‘stilte’. Ongestoord pakken ze de telefoon en voeren uitgebreid een conversatie. Ik stoor me er niet aan.
Op de bank naast me zit een meneer. Ik schat hem op zo’n veertig jaar. Hij draagt een oranje trui en doet een poging om de Volkskrant te lezen. Concentreren lukt hem niet. Hij laat zijn broadsheet krant zakken, kijkt geïrriteerd rond en staat op. ‘Mevrouw, dit is een stiltecoupé’, wijst hij een bellende medepassagier terecht. Verschrikt kijkt ze op en beëindigt het telefoongesprek.
Deze situatie herhaalt zich meerdere malen. Diep van binnen heb ik respect voor de meneer die mensen er op wijst dat het stil moet zijn in de stiltecoupé. Regeltjes zijn immers regels die opgevolgd moeten worden? Maar is dat nu nodig, een ruimte waar het stil moet zijn?
Op drukke trajecten is het soms moeilijk een plekje te vinden. En laat het allerlaatste plekje dat vrij is, zich in de stiltecoupé bevinden. NS mag naar mijn mening de stiltecoupés kleiner maken en beter aangeven waar ze zich bevinden. Dat zal veel ergernis besparen.